ECLI:NL:RBDHA:2017:5837
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Chr.A.J.F.M. Hensen
- R.G.C. Veneman
- A.M. Boogers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens schending vertrouwensbeginsel bij vervolging vernieling zebrapad
De verdachte werd vervolgd voor het vernielen van een voetgangersoversteekplaats in Leiden door het aanbrengen van verf. Na het incident werd met het openbaar ministerie afgesproken dat mediation zou plaatsvinden, waarbij de verdachte en medeverdachten excuses maakten, schade vergoedden en een seminar over diversiteit organiseerden. Hierbij werd hen toegezegd dat bij nakoming van deze afspraken geen strafrechtelijke vervolging zou volgen.
Desondanks besloot het openbaar ministerie later tot vervolging over te gaan, onder meer vanwege nieuwe informatie over de ernst en symboliek van het incident en mogelijke betrokkenheid van anderen. De rechtbank oordeelde dat deze nieuwe feiten niet zwaarder wogen dan het gewekte vertrouwen en dat de vervolging in strijd was met het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank wees het standpunt van het openbaar ministerie af dat mediation geen garantie op sepot gaf en dat de verdachten niet hadden meegewerkt. Ook werd geoordeeld dat de politieverhoren niet relevant waren voor de gemaakte afspraken. De rechtbank verklaarde daarom het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel.