ECLI:NL:RBDHA:2017:5852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Chr.A.J.F.M. Hensen
- R.G.C. Veneman
- A.M. Boogers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens schending vertrouwensbeginsel na mediation bij vernieling zebrapad
De verdachte werd vervolgd voor het vernielen van een voetgangersoversteekplaats in Leiden door het aanbrengen van verf. Na het incident werd met het openbaar ministerie afgesproken dat mediation zou plaatsvinden, waarbij de verdachten excuses maakten, de schade vergoedden en een seminar over diversiteit organiseerden.
Ondanks deze afspraken besloot het openbaar ministerie alsnog tot vervolging over te gaan, mede naar aanleiding van nieuwe informatie over de aard van het incident en gedragingen van de verdachten. De verdediging stelde dat hiermee het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat de verdachten op de toezegging hadden vertrouwd.
De rechtbank oordeelde dat de toezegging door het openbaar ministerie gerechtvaardigd was en dat de verdachten daarop mochten vertrouwen. De aangevoerde nieuwe feiten waren niet nieuw en rechtvaardigden geen terugkomen op de toezegging. Ook de vermeende niet-medewerking van de verdachten tijdens politieverhoren kon dit niet rechtvaardigen. Daarom werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.
Uitkomst: Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard wegens schending vertrouwensbeginsel na mediationafspraken.