ECLI:NL:RBDHA:2017:5933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 13 januari 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser illegaal via Italië de EU is binnengekomen.
Eiser stelde dat Nederland de aanvraag had moeten behandelen vanwege zijn familiebanden in Nederland, waaronder zijn broer, oom en schoonzussen, en dat hij afhankelijk is van de zorg van zijn broer. De rechtbank oordeelde echter dat de afhankelijkheid niet voldoet aan de criteria van artikel 16 van Pro de Dublinverordening, die ziet op specifieke kwetsbare situaties zoals zwangerschap of ernstige ziekte.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende informatie aan Italië had verstrekt over zijn familiebanden, wat volgens hem tot een zorgvuldigheidsgebrek leidde. De rechtbank verwierp dit en bevestigde dat Nederland niet verplicht was deze informatie te delen met Italië. Ook de stelling dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt en daardoor het vertrouwensbeginsel niet meer geldt, werd afgewezen op basis van eerdere jurisprudentie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.