ECLI:NL:RBDHA:2017:6091

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2017
Publicatiedatum
7 juni 2017
Zaaknummer
AWB 17/8943
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) nr. 604/2013Art. 8 lid 4 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag minderjarige op grond van Dublinverordening

De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, in samenhang met de Dublinverordening (EU) nr. 604/2013, waarbij België als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.

Eiseres stelt dat zij minderjarig is en dat zij daarom niet mag worden overgedragen aan België. Zij voert aan dat de geboortedatum die in België is opgegeven onjuist is en dat de correcte geboortedatum uit het aanmeldgehoor in Nederland zou moeten gelden. De rechtbank oordeelt echter dat eiseres deze stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Hoewel zij aangeeft over bewijsstukken te beschikken die haar minderjarigheid kunnen aantonen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij deze stukken niet kan verkrijgen.

Verder heeft eiseres in zowel Nederland als België verklaard meerderjarig te zijn en is zij ook als meerderjarig geregistreerd in beide lidstaten. Daarom was er geen aanleiding voor de staatssecretaris om een leeftijdsonderzoek aan te bieden. De rechtbank concludeert dat het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 17/8943
V-nummer: [nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken 11 mei 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

gemachtigde: mr. H.A.C. Klein Hesselink,
en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen.

Procesverloop

Bij besluit van 25 april 2017 (het bestreden besluit] heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat België op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening) verantwoordelijk is voor de aanvraag.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft zij een voorlopige voorziening gevraagd ter voorkoming van overdracht aan België hangende het beroep.
Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer AWB 17/8944 plaatsgevonden op 11 mei 2017. Eiseres en haar gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.
2. In geschil is of eiseres minderjarig is en of Nederland op grond van artikel 8, vierde lid, van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres.
3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij minderjarig is en dat zij niet mag worden overgedragen aan België. Zij heeft in België de onjuiste geboortedatum van [geboortedatum] heeft opgegeven. Eigenlijk zou uit moeten worden gegaan van de geboortedatum van [geboortedatum], genoemd in het aanmeld gehoor van 12 maart 2017.
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit terecht overwogen dat eiseres deze verklaring op geen enkele wijze onderbouwd. Eiseres heeft gesteld dat zij beschikt over stukken die haar minderjarigheid kunnen onderbouwen, maar dat zij niet aan die stukken, behorende bij de Belgische asielprocedure, kan komen. De rechtbank volgt eiseres echter niet in haar stelling dat zij, om die enkele reden niet in staat zou zijn om haar gestelde minderjarigheid te onderbouwen. Niet is gebleken dat zij op enigerlei wijze heeft getracht om aan deze stukken te komen.
5. Eiseres heeft zowel in Nederland als in België verklaard meerderjarig te zijn en zij staat ook als zodanig geregistreerd in beide lid-staten. Gelet hierop heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om eiseres een leeftijdsonderzoek aan te bieden.
6. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres terecht niet in behandeling genomen.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Evenhuis, griffier, op 11 mei 2017.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.