ECLI:NL:RBDHA:2017:6097
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op zijn beroep tegen het bestreden besluit is beslist. Het bestreden besluit betrof de ongegrondverklaring van bezwaar tegen het primaire besluit waarin werd vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht.
De rechtbank heeft het beroep van verzoeker in een parallelle procedure ongegrond verklaard, waardoor niet langer wordt voldaan aan het connexiteitsvereiste zoals neergelegd in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.E. Dutrieux en griffier C. Davis op 7 juni 2017. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.