ECLI:NL:RBDHA:2017:6179
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom uit Iran
Eisers, een vader en dochter met de Iraanse nationaliteit, vroegen asiel aan in Nederland op grond van hun bekering tot het christendom en de vermeende vervolging die zij daardoor in Iran zouden ondervinden. De Staatssecretaris wees hun aanvragen af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardige verklaringen over hun bekering en de gevolgen daarvan.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris terecht de geloofwaardigheid van de bekering in twijfel trok. Eisers konden onvoldoende inzichtelijk maken waarom en hoe zij zich van de islam hadden afgekeerd en tot het christendom waren bekeerd. Tegenstrijdigheden in hun verklaringen en het ontbreken van een overtuigend proces van bekering speelden hierbij een rol.
Ook de door eisers gestelde problemen en vervolgingsdreiging in Iran werden onvoldoende aannemelijk gemaakt. De rechtbank stelde vast dat de verklaringen over invallen en bedreigingen vaag en op vermoedens gebaseerd waren. De overgelegde documenten en verklaringen van derden konden de tekortkomingen in het relaas niet wegnemen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat eisers niet voldeden aan de criteria voor toekenning van een verblijfsvergunning op grond van asiel of het EVRM. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunningen bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende aannemelijke vervolgingsdreiging.