ECLI:NL:RVS:2016:3514
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op haar bekering tot het christendom en de daarmee samenhangende vrees voor vervolging bij terugkeer naar Iran. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 6 augustus 2014 af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de motivering omtrent de ongeloofwaardigheid van de bekering deugdelijk had gegeven, waarbij hij onder meer inging op de verklaringen van de vreemdeling over haar geloofsbeleving en activiteiten binnen de Vrije Baptistengemeente Emmen. Ook het verslag van de commissie Plaisier en andere verklaringen over de geloofwaardigheid van de bekering werden betrokken.
De Afdeling stelde vast dat de grieven van de staatssecretaris gegrond zijn en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens verklaarde zij het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 6 augustus 2014 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.