ECLI:NL:RBDHA:2017:6561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens onvoldoende medewerking aan vertrek en paspoortvereiste
Eiser, een Mauritaanse nationaliteithebbende vreemdeling die sinds november 2001 in Nederland verblijft, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'overige humanitaire redenen'. Deze aanvraag werd afgewezen door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, die tevens een inreisverbod van twee jaar oplegde.
Eiser voerde in beroep aan dat hem ten onrechte het paspoortvereiste en het mvv-vereiste werden tegengeworpen. De rechtbank toetste terughoudend of het paspoortvereiste terecht werd toegepast, gelet op de beoordelingsruimte van de staatssecretaris en de omstandigheden van het geval.
De rechtbank stelde vast dat eiser sinds november 2009 onvoldoende heeft meegewerkt aan zijn vertrek naar het land van herkomst en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij sindsdien pogingen heeft ondernomen om alsnog een geldig reisdocument te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat het paspoortvereiste terecht aan eiser kon worden tegengeworpen en dat het beroep daarom ongegrond is. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard.