ECLI:NL:RBDHA:2017:6715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en toegangsweigering op grond van Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Marokkaanse staatsburger geboren in 1990, vroeg asiel aan in Nederland na eerdere afwijzing in Zuid-Korea. Hij stelde dat hij bedreigd werd door een drugscrimineel en dat hij vanwege zijn atheïsme en bekering tot het christendom gevaar liep in Marokko. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 en legde een inreisverbod op.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen over telefonische bedreigingen en de aanval op de vader ongeloofwaardig waren, mede door het ontbreken van bewijs en inconsistenties. Ook achtte de rechtbank Marokko als veilig land van herkomst, waarbij eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als atheïst of bekeerling gevaar liep. De rechtbank vond de motivatie van verweerder over het verscheuren van het paspoort terecht.
Eiser had onvoldoende bewijs geleverd van politieke vervolging en van het bekend worden van zijn atheïsme of bekering in Marokko. De rechtbank verwierp ook het beroep tegen de toegangsweigering en het inreisverbod. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en toegangsweigering.