ECLI:NL:RVS:2017:1331
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over afwijzing verblijfsvergunning asiel en toegangsweigering
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 14 februari 2016 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd hem de toegang tot Nederland geweigerd, werd hem een vertrektermijn onthouden en werd een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris en de vreemdeling stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderzocht of het geschil finaal kon worden beslecht. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak waarin de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, maar bevestigde de rest van de uitspraak.
Verder werd vastgesteld dat het inreisverbod onrechtmatig was omdat het gebaseerd was op het onterecht onthouden van een vertrektermijn. De Afdeling bepaalde dat de vertrektermijn vier weken bedraagt en dat deze aanvangt de dag na verzending van de uitspraak. De feitelijke gevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand, maar de vreemdeling heeft van rechtswege toegang tot Nederland en de aanvraag had in de algemene of verlengde asielprocedure behandeld moeten worden.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak dat de staatssecretaris opdraagt een nieuw besluit te nemen, bevestigt de rest, stelt de vertrektermijn op vier weken en verklaart het inreisverbod onrechtmatig.