ECLI:NL:RBDHA:2017:7179
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering levenslanggestrafte tot onbegeleid incidenteel verlof wegens niet-ontvankelijkheid
De levenslanggestrafte [eiser] vordert in kort geding dat hem onbegeleid incidenteel verlof wordt toegekend, zolang de RSJ niet heeft beslist op zijn beroep tegen een besluit van de Staatssecretaris. Hij stelt dat de RSJ te lang doet over de procedure en dat zijn detentie zonder onbegeleid verlof in strijd is met het EVRM.
De Staat voert verweer en stelt dat de RSJ dé bevoegde instantie is en dat de burgerlijke rechter niet bevoegd is om in deze zaak te oordelen. De rechtbank overweegt dat de RSJ een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang biedt en dat het niet aannemelijk is dat de RSJ niet spoedig uitspraak zal doen. Daarom kan de burgerlijke rechter niet vooruitlopen op de beslissing van de RSJ.
De rechtbank verklaart de vordering van [eiser] niet-ontvankelijk en veroordeelt hem in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de RSJ exclusief bevoegd is voor beslissingen over verlof van levenslanggestraften en dat de burgerlijke rechter slechts in uitzonderlijke gevallen kan ingrijpen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vordering van de levenslanggestrafte tot onbegeleid incidenteel verlof niet-ontvankelijk.