ECLI:NL:RBDHA:2017:7919
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding en twijfel aan terugkeer
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een visum voor kort verblijf om zijn partner te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij voldoende sociale en economische binding heeft met Marokko en er redelijke twijfel bestaat over zijn terugkeer.
De rechtbank overweegt dat verweerder beoordelingsruimte heeft en dat eiser onvoldoende bewijs leverde van werk en inkomen. De garantstelling van de partner werd afgewezen vanwege haar uitkeringssituatie. Eiser kon ook de aard en intensiteit van de relatie niet overtuigend aantonen.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit terecht is genomen en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.