ECLI:NL:RBDHA:2017:7924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod en standstill-bepaling bij afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'arbeid als zelfstandige', welke door verweerder inhoudelijk werd afgewezen. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard, waarna een inreisverbod voor twee jaar werd opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen het inreisverbod en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank stelde vast dat het geschil zich uitsluitend richtte op de rechtmatigheid van het inreisverbod. Eiser voerde aan dat het inreisverbod in strijd was met de standstill-bepaling en dat een nieuwe aanvraag meegenomen moest worden in de beoordeling. De rechtbank oordeelde dat zolang de eerdere afwijzing niet is vernietigd of ingetrokken, deze geldt en het inreisverbod niet aan de standstill-bepaling kan worden getoetst. De nieuwe aanvraag werd niet betrokken vanwege het ontbreken van stukken.
Verder voerde eiser een beroep in op artikel 8 EVRM Pro vanwege een hechte band met zijn broer. De rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd om af te zien van het inreisverbod. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.