ECLI:NL:RVS:2012:BV9454
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Toegang tot Schengengebied geweigerd wegens visumplicht voor Turkse zelfstandige
De vreemdeling werd op 3 november 2009 de toegang tot het Schengengebied geweigerd wegens het ontbreken van een geldig visum of verblijfsvergunning. De minister voor Immigratie en Asiel had dit besluit genomen, dat later door de staatssecretaris werd bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de visumplicht een verboden nieuwe beperking vormde onder het Aanvullend Protocol.
De minister stelde in hoger beroep dat de vreemdeling niet als zelfstandige in de zin van het Aanvullend Protocol kon worden aangemerkt, omdat zijn eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige was afgewezen. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling op het moment van weigering niet als zelfstandige kon worden beschouwd en dat de standstillbepaling van het protocol daarom niet op hem van toepassing was.
De Raad verwierp het beroep van de vreemdeling dat de visumplicht discriminerend was op grond van het Associatierecht, maar verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en dat van de vreemdeling ongegrond, waarbij het beroep tegen de toegang weigering wordt afgewezen.