Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [nummer]
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraanse national met een conflict met zijn neef die kolonel was bij de Sepah, vroeg asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij tijdens zijn dienstplicht werd benadeeld door zijn neef en dat hij zich in Nederland tot het christendom had bekeerd.
Verweerder wees de aanvraag af omdat het relaas van eiser niet geloofwaardig werd geacht. De afzwaaikaart kon het verhaal niet onderbouwen, en er waren tegenstrijdigheden met ambtsberichten over dienstplichtduur en oproeping. Ook waren de verklaringen over detentie, huiszoekingen en gedichten vaag en wisselend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het relaas en de bekering ongeloofwaardig vond. Er was geen bewijs van twee onderscheiden fasen voor aparte beoordeling van afvalligheid. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen de uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en bekering.