ECLI:NL:RVS:2016:280
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens ontbreken afzonderlijk asielmotief afvalligheid
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde op 26 augustus 2015 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde dat hij vanwege zijn afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom bescherming behoefde. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de afvalligheid als een afzonderlijk asielmotief had moeten beoordelen. Uit de verklaringen van de vreemdeling bleek niet dat afvalligheid en bekering duidelijk te onderscheiden fasen waren met verschillende motieven.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, waarmee het besluit tot niet-ontvankelijkheid in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.