ECLI:NL:RBDHA:2017:8103
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardigheid vervolgingsgevaar christelijk geloof in China
Eiseres, een Chinese staatsburger afkomstig uit de provincie Henan, vroeg asiel aan in Nederland vanwege vervolgingsgevaar wegens haar bekering tot het christendom en lidmaatschap van een huiskerk. Zij stelde dat zij in China problemen ondervond door haar geloof, waaronder een inval in haar woning en bedreigingen door de politie.
De staatssecretaris wees het asielverzoek af omdat het verhaal van eiseres niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank stelde vast dat eiseres wisselende verklaringen gaf en dat het feit dat zij zonder problemen een paspoort kon aanvragen en legaal China kon verlaten niet strookt met het gestelde vervolgingsgevaar.
Verder concludeerde de rechtbank op basis van onderzoek dat christenen in de provincie Henan in het algemeen niet worden vervolgd en dat het lidmaatschap van een huiskerk op zichzelf onvoldoende is om vervolging aan te nemen. Eiseres kon ook niet aantonen dat zij zich onderscheidt binnen de kerk of dat zij haar geloof openbaar uitoefent.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar geloof in de privésfeer zal blijven uitoefenen en dat er geen reëel risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van vervolgingsgevaar.