ECLI:NL:RVS:2016:671
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag vreemdeling uit China wegens onvoldoende bewijs vervolgingsgevaar
De vreemdeling, afkomstig uit China en lid van een niet-geregistreerde christelijke huiskerk, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende vervolging door de Chinese autoriteiten wegens zijn geloof.
De staatssecretaris wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde de vreemdeling dat hij bij terugkeer in China vervolgd zou worden vanwege zijn geloof en verwees naar diverse rapporten en artikelen die de situatie van christenen in China schetsen.
De Raad van State oordeelde dat hoewel de vrijheid van godsdienst voor leden van huiskerken in China wordt beperkt en zij risico lopen op onder meer intimidatie en detentie, niet is gebleken dat het lidmaatschap van een huiskerk per definitie leidt tot vervolging. Ook was onvoldoende aannemelijk dat de vreemdeling zijn geloof op een andere wijze zal uitoefenen dan voorheen, en dat hij daardoor in negatieve belangstelling zal komen. De grief faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.