ECLI:NL:RBDHA:2017:8107
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag schenkbelasting na inkeerregeling en vaststellingsovereenkomst
Eiser beschikte over een tegoed op een buitenlandse bankrekening dat niet bij de fiscus bekend was. Hij maakte gebruik van de inkeerregeling voor buitenlandse vermogensbestanddelen en sloot een vaststellingsovereenkomst (vso) met de Belastingdienst over de inkomstenbelasting over de jaren 2001-2012. Later bleek dat het tegoed voortkwam uit een schenking van zijn ouders in 1991, waarop verweerder een aanslag schenkbelasting oplegde.
Eiser betwistte de aanslag met argumenten dat verweerder niet bevoegd was tot oplegging, dat de aanslag in strijd was met de vso, het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en artikel 1 van Pro het eerste protocol EVRM. De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd binnen de wettelijke termijnen, ook al waren schenker en begiftigde nog in leven, en dat de vso alleen betrekking had op inkomstenbelasting, niet op schenkbelasting.
Verder vond de rechtbank het onderscheid in verjaringstermijnen tussen natuurlijke personen en rechtspersonen gerechtvaardigd en dat het opleggen van de aanslag na 24 jaar niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. Ook het beroep op het EVRM faalde omdat de wettelijke basis voor de aanslag duidelijk en voorzienbaar was en de regeling niet verder ging dan noodzakelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de aanslag schenkbelasting en verklaart het beroep ongegrond.