ECLI:NL:RBDHA:2017:8512
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beklag tegen beslag op auto en bankrekening wegens onvoldoende concrete verdenking
De rechtbank Den Haag behandelde een beklagprocedure waarin klager verzocht om teruggave van een BMW 325i en opheffing van het beslag op zijn spaarrekening. Het beslag was gelegd in het kader van een groot onderzoek naar handel in Kamagra, waarbij klager werd verdacht van witwassen en mogelijk medeplegen of medeplichtigheid.
De officier van justitie stelde dat het beslag moest blijven omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter later verbeurdverklaring of ontneming zou bevelen. De rechtbank oordeelde echter dat de verdenking onvoldoende concreet was gemaakt en dat de enkele omstandigheid dat geld afkomstig van een verdachte in het onderzoek op de rekening van klager werd gestort, niet volstond. Klager had bovendien een onderbouwde en aannemelijke verklaring gegeven voor de ontvangst van het geld.
De rechtbank concludeerde dat het strafvorderlijk belang zich niet verzet tegen teruggave van het inbeslaggenomen goed. Ook zag zij geen reden voor aanhouding van de zaak. Daarom verklaarde zij het beklag gegrond, gelastte de teruggave van de auto en hief het beslag op de bankrekening op.
Uitkomst: Het beklag wordt gegrond verklaard en het beslag op de auto en bankrekening wordt opgeheven met teruggave aan klager.