Eiseres ontving sinds 2002 een bijstandsuitkering en een persoonsondersteunend budget. Verweerder trok per 1 november 2014 het recht op bijstand en het budget in en vorderde €18.964,53 terug wegens vermeende onjuiste opgave van het hoofdverblijf. De rechtbank oordeelt dat eiseres de inlichtingenplicht over de periode november 2014 tot maart 2015 heeft geschonden, omdat haar dochter in die periode in haar woning woonde zonder melding aan verweerder. Dit rechtvaardigt intrekking en terugvordering over die periode.
Voor de periode van 1 april 2015 tot en met 29 februari 2016 oordeelt de rechtbank echter dat het onderzoek van verweerder onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd is. Het ontbreken van aanvullend onderzoek zoals huisbezoek of verbruiksgegevens maakt dat het besluit niet kan blijven staan. De rechtbank vernietigt het besluit voor deze periode en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Verder wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.