ECLI:NL:CRVB:2016:322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen werkzaamheden en inkomsten
Appellante ontving bijstand sinds 2007, met omzetting naar inkomensvoorziening en terug naar bijstand. In 2012 ontving de sociale recherche anonieme tips dat appellante als nagelstyliste en hairextensions-zetter werkte en klanten via visitekaartjes en internet werft. Na onderzoek, waaronder een huiszoeking en verhoren, concludeerde het college dat appellante bedrijfsmatig werkzaamheden verrichtte en inkomsten verzweeg.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. Appellante voerde aan slechts vriendendiensten te hebben verricht en geen inkomsten te hebben verzwegen. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellante inkomsten genoot uit haar werkzaamheden en dat zij niet aan haar inlichtingenverplichting had voldaan. Appellante had geen administratie bijgehouden en kon niet aannemelijk maken recht te hebben op bijstand. Ook een medisch attest bracht geen wijziging in de terugvordering. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.