Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2017 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres meldde zich ziek op grond van de Werkloosheidswet vanwege rugklachten en kreeg aanvankelijk een Ziektewetuitkering toegekend. Na een hersteldverklaring door de bedrijfsarts werd de uitkering beëindigd, maar dit besluit werd in bezwaar herroepen op basis van een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) die pijnklachten aannemelijk achtte.
Bij een eerstejaars beoordeling verklaarde de primaire verzekeringsarts eiseres geschikt voor haar eigen werk als schoonmaakster, waarna de uitkering opnieuw werd beëindigd. De verzekeringsarts b&b handhaafde dit oordeel na een geneeskundige heroverweging. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar klachten werden onderschat.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij alle klachten zijn betrokken en ook specialistische informatie zoals een MRI-scan is meegewogen. De pijnklachten zijn niet medisch objectiveerbaar en vormen geen belemmering voor het eigen werk. Het verschil in eerdere beoordelingen wordt verklaard door aanvullende informatie die later beschikbaar kwam.
De rechtbank concludeert dat eiseres per datum in geding geschikt is voor haar eigen werk en bevestigt daarmee de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard omdat eiseres geschikt is voor haar eigen werk.