ECLI:NL:CRVB:2017:2327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op Ziektewet-uitkering na auto-ongeval
Appellant was commercieel technisch salesmanager en meldde zich ziek vanaf 12 november 2012. Vanaf 1 januari 2013 ontving hij ziekengeld op grond van de Ziektewet. In overleg werd afgesproken dat appellant per 13 januari 2014 weer arbeidsgeschikt zou zijn en geen ziekengeld meer zou ontvangen. Op 6 februari 2014 meldde appellant zich opnieuw ziek en had hij op 10 februari 2014 een auto-ongeval.
Het UWV stelde bij besluit van 13 maart 2014 vast dat appellant vanaf 6 februari 2014 geen recht had op ziekengeld en dat hij per 13 januari 2014 geschikt was voor zijn werk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de ZW-uitkering terecht was beëindigd en het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat het recht op ziekengeld niet was beëindigd en dat het auto-ongeval meegewogen had moeten worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het recht op ziekengeld inderdaad per 13 januari 2014 was geëindigd, de periode van nawerking was verstreken en het auto-ongeval buiten de beoordeling viel. Het medisch oordeel van het UWV werd onderschreven, en er was geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid daarvan.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van het recht op ZW-uitkering per 13 januari 2014 wordt bevestigd.