ECLI:NL:RBDHA:2017:954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse nationaliteit, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij zich tot het christendom had bekeerd. Verweerder wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de bekering niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank bevestigt dat de eerdere beoordeling van ongeloofwaardigheid rechtsgeldig is en dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in het motief en het proces van zijn bekering.
Tijdens de zitting verklaarde eiser dat hij door zijn bekering veranderd was en noemde hij persoonlijke gebeurtenissen die hij aan zijn geloof toeschrijft. Desondanks oordeelt de rechtbank dat deze verklaringen te algemeen zijn en niet overtuigen. Ook de ondersteunende documenten, zoals het doopbewijs, zijn onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
Eiser vreesde vervolging bij terugkeer naar Iran, maar deze vrees werd als ongefundeerd beoordeeld vanwege gebrek aan concrete aanwijzingen en het gebruik van niet-verifieerbare bronnen. De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er rechtsgronden zijn voor verlening van de verblijfsvergunning. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering.