ECLI:NL:RBDHA:2017:9671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijf wegens onvoldoende aaneengesloten rechtmatig verblijf
Eiser, met de Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag voor duurzaam verblijf ingediend die is afgewezen omdat hij niet voldeed aan de voorwaarde van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf. Verweerder baseerde dit op de BRP-inschrijving waaruit bleek dat de relatie tussen eiser en zijn partner, met Poolse nationaliteit, op 13 december 2012 was geëindigd.
Eiser voerde aan dat de relatie pas op 1 juli 2013 was geëindigd en dat hij door bewijsnood niet in staat was dit met stukken te onderbouwen. Hij betoogde dat verweerder ten onrechte uitging van een termijn van zes maanden samenwonen als vereiste voor een duurzame relatie en dat hij bijna voldeed aan de termijn van drie jaar voor rechtmatig verblijf.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van de BRP-inschrijving en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de relatie langer heeft geduurd. De rechtbank verwierp ook het beroep op het Besluit 1/80 en stelde vast dat geen schending van de hoorplicht had plaatsgevonden.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag duurzaam verblijf wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de eis van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf.