ECLI:NL:RBDHA:2016:16812
Rechtbank Den Haag
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Motiveringsgebrek bij vaststelling aanvangsdatum duurzame relatie in vreemdelingenrecht
Eiser, van Libanese nationaliteit, heeft een verblijfsrecht ontleend aan zijn duurzame relatie met zijn partner. Verweerder stelde de aanvangsdatum van die relatie later vast dan eiser betoogde, door zes maanden op te tellen bij de BRP-inschrijving. De rechtbank oordeelt dat dit standpunt zonder nadere toelichting niet kan worden gevolgd, omdat het beleid en jurisprudentie zien op de aanvraagfase en voortzetting van de relatie, niet op een situatie waarin achteraf blijkt dat de relatie vanaf het begin duurzaam was.
De rechtbank stelt vast dat eiser aannemelijk heeft gemaakt dat de relatie ten tijde van de aanvraag bestond en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de BRP-inschrijving als aanvangsdatum moet gelden. Dit leidt tot een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, waardoor dit niet in stand kan blijven.
De rechtbank geeft verweerder de gelegenheid om de gebreken te herstellen en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, waardoor eiser niet mag worden uitgezet totdat de einduitspraak is gedaan. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en verweerder krijgt gelegenheid tot herstel; voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor eiser niet mag worden uitgezet.