Uitspraak
Rechtbank den haag
1.Procedure:
- de conclusie van antwoord met producties;
- de bij brief van 30 mei 2017 overgelegde productie van de zijde van [gedaagde] .
Rechtbank Den Haag
Eiser was van 2002 tot 2014 in dienst bij gedaagde en ontving onregelmatigheidstoeslag op basis van de CAO GGZ, maar niet over vakantie-uren. Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst sloten partijen een vaststellingsovereenkomst met een finaal kwijtingsbeding. Eiser vorderde betaling van onregelmatigheidstoeslag over vakantie-uren uit de jaren 2010-2014.
Gedaagde verweerde zich met het standpunt dat de vordering onder de finale kwijting viel en dat op grond van de CAO geen onregelmatigheidstoeslag over vakantie-uren verschuldigd was. De kantonrechter paste de Haviltexnorm toe en oordeelde dat partijen met de vaststellingsovereenkomst alle bestaande vorderingen en schulden hadden geregeld, inclusief de onregelmatigheidstoeslag.
Hoewel eiser stelde dat hij niet op de hoogte was van de verschuldigdheid van onregelmatigheidstoeslag over vakantie-uren, was hij juridisch bijgestaan en was hierover onderhandeld. Er was geen voorbehoud gemaakt. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van onregelmatigheidstoeslag over vakantie-uren wordt afgewezen wegens finale kwijting.