ECLI:NL:RBDHA:2018:10077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bescherming tegen huiselijk geweld in Jordanië
Eiseres, een Jordaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege ernstig huiselijk geweld door haar echtgenoot en een incident waarbij zij en haar dochter werden mishandeld. Daarnaast stelde zij dat zij bedreigd werd door familie van haar echtgenoot en dat zij geen bescherming kon verwachten van de autoriteiten in Jordanië.
De Staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico op vervolging of ernstige schade liep. De rechtbank bevestigde dit oordeel en overwoog dat Jordanië wetgeving en voorzieningen kent ter bescherming van vrouwen tegen huiselijk geweld, waaronder opvanghuizen en een Family Protection Department.
Eiseres had niet aannemelijk gemaakt dat het vragen van bescherming in Jordanië voor haar gevaarlijk of zinloos zou zijn, noch dat zij de beschermingsopties had uitgeput. Ook werd geoordeeld dat haar verklaringen over dreiging door familieleden onvoldoende concreet waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het opgelegde inreisverbod en vertrektermijn bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.