ECLI:NL:RBDHA:2018:10529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsuitkering
Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering en werd een boete opgelegd wegens het niet melden dat haar dochter nog grotendeels bij haar woonde, wat de kostendelersnorm beïnvloedt. Na bezwaar werd de boete verlaagd, maar eiseres ging in beroep.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van eiseres, afgelegd tijdens het gesprek zonder voorafgaande cautie, niet als bewijs voor de boete kan dienen. Dit is in strijd met vaste rechtspraak die stelt dat belastende verklaringen zonder waarschuwing over het zwijgrecht niet gebruikt mogen worden.
Desondanks acht de rechtbank de overige onderzoeksbevindingen, zoals het huisbezoek en waterverbruik, voldoende om te concluderen dat de dochter haar hoofdverblijf bij eiseres had en dat de inlichtingenplicht is geschonden.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden boetebesluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.