ECLI:NL:RBDHA:2018:10703
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod en schending artikel 8 EVRM bij langdurig verblijf en criminele veroordeling
Eiser, een Sierraleoonse nationaliteit, verblijft sinds 1999 in Nederland en was eerder houder van diverse verblijfsvergunningen. Na intrekking van zijn verblijfsvergunning en ongewenstverklaring, is deze laatste opgeheven, maar is een zwaar inreisverbod van tien jaar opgelegd vanwege zijn veroordeling in Finland voor internationale drugshandel.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod in strijd is met zijn recht op respect voor privé- en gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, gezien zijn langdurige verblijf, ingeburgerd zijn en sociale banden in Nederland. Verweerder stelde dat het inreisverbod noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde en dat de normale binding met Nederland niet voldoende is om het inreisverbod te weerleggen.
De rechtbank oordeelde dat eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt voor fundamentele belangen van de samenleving en dat de belangenafweging in het nadeel van eiser is uitgevallen. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het EHRM en het Hof van Justitie van de EU en concludeerde dat het recht op privéleven niet zwaarder weegt dan de bescherming van de openbare orde in deze zaak.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van het tienjarige inreisverbod is ongegrond verklaard.