ECLI:NL:RBDHA:2018:10947
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling smartengeld op basis van praktisch arbeidsongeschiktheidspercentage bij politieambtenaar met PTSS
Eiser, een politieambtenaar bij de Eenheid [plaats], heeft PTSS erkend gekregen als beroepsziekte. Hij ontving een WGA-uitkering met een praktisch arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,48%, terwijl de theoretische schatting 68,65% bedroeg. Verweerder kende smartengeld toe op basis van het praktische percentage.
Eiser stelde dat het smartengeld gebaseerd moest worden op het theoretische arbeidsongeschiktheidspercentage, omdat smartengeld een vergoeding is voor immateriële schade en niet voor vermogensschade. De rechtbank oordeelde echter dat de Regeling vergoeding beroepsziekten politie dwingend voorschrijft dat het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld moet worden op basis van het UWV-besluit, dat het praktische percentage hanteert.
De rechtbank wees het beroep van eiser af, omdat de Regeling en het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten duidelijk maken dat het praktische arbeidsongeschiktheidspercentage prevaleert. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat eiser geen concrete gevallen noemde waarin anders werd gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en smartengeld werd bevestigd op basis van 37,48% arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het smartengeld wordt vastgesteld op basis van het praktisch arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,48%.