ECLI:NL:PHR:2000:AA8358
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijke en billijke vaststelling smartengeld bij ernstige dwarslaesie
In deze zaak vordert eiser een hoger smartengeldbedrag van ¦ 300.000 vanwege een motorisch complete dwarslaesie die hij opliep tijdens zijn werk. Eiser is volledig afhankelijk van verzorging en ervaart ernstige pijnklachten. De aansprakelijkheidsverzekeraar van Bouw erkende aansprakelijkheid, maar betwistte de hoogte van het gevorderde bedrag.
De Kantonrechter en Rechtbank Arnhem stelden het smartengeld vast op ¦ 200.000, een bedrag dat zij redelijk en billijk achten gezien de aard en omvang van het letsel en de jurisprudentie. Eiser stelde dat dit bedrag ontoereikend is, mede vanwege de noodzaak van een jaarlijkse wintervakantie in een warm land om pijn te verlichten, waarvoor aanzienlijke kosten gemoeid zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat de kosten voor pijnverlichting in een warm klimaat materiële schade betreffen en niet onder smartengeld vallen. De vaststelling van smartengeld is een taak van de feitenrechter en geschiedt door vergelijking met andere gevallen, rekening houdend met alle omstandigheden. De Hoge Raad bevestigt dat het toegekende bedrag binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid ligt en dat een hogere vergoeding niet gerechtvaardigd is op basis van de aangevoerde argumenten.
De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en consistentie in smartengeldtoekenningen en wijst op de complexiteit van het bepalen van een passend bedrag bij ernstige persoonlijke schade. Tevens wordt opgemerkt dat een substantiële verhoging van smartengeldbedragen geleidelijk en met maatschappelijk draagvlak zou moeten plaatsvinden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het toegekende smartengeld van ¦ 200.000 wordt bevestigd als redelijk en billijk.