ECLI:NL:RBDHA:2018:11525
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek op grond van artikel 13 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systeemfouten in de Italiaanse asielprocedure of opvangvoorzieningen die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. De aangehaalde rapporten van AIDA en MSF geven geen aanleiding tot een ander oordeel. Ook het uitblijven van reactie van de Italiaanse autoriteiten op het terugnameverzoek leidt niet tot een andere conclusie.
Verder is niet aannemelijk dat overdracht aan Italië zal leiden tot een schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU. Hoewel eiseres haar ervaringen in Italië als vernederend heeft ervaren, heeft zij de mogelijkheid om hierover te klagen bij lokale en hogere autoriteiten. De enkele stelling dat dit voor haar ondoenlijk is, is onvoldoende.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.