ECLI:NL:RBDHA:2018:11546
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Ethiopische vanwege ongeloofwaardige vrees voor vervolging
Eiser, een Ethiopische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland nadat hij was overgedragen vanuit België. Hij stelde te vrezen voor vervolging door de Ethiopische autoriteiten vanwege vermeende activiteiten voor het Oromo Liberation Front en vreesde ook voor zijn familieleden in Nederland. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardige vrees en het niet onverwijld melden van het asielverzoek.
De rechtbank oordeelde dat de legale uitreis via de luchthaven van Addis Abeba niet onterecht werd meegewogen in de beoordeling van de geloofwaardigheid. Eiser kon zijn persoonlijke relaas onvoldoende onderbouwen met documenten en verwees slechts naar algemene landeninformatie, wat niet volstaat. Bovendien was het niet aannemelijk dat hij specifiek werd gezocht door de autoriteiten.
Ook het niet direct na aankomst aanvragen van asiel deed afbreuk aan de geloofwaardigheid. De rechtbank concludeerde dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.