ECLI:NL:RBDHA:2018:11548
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser diende een asielaanvraag in die door verweerder niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. Eiser stelde dat Spanje door een toegenomen instroom van asielzoekers en vermeende tekortkomingen in de asielprocedure niet adequaat zou zijn, en vreesde represailles van zijn reisagent.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is, mede omdat eiser met een Spaans visum via Turkije naar Spanje was gereisd en Spanje had ingestemd met de overname. De door eiser aangevoerde bezwaren, waaronder het rapport van Human Rights Watch, maakten volgens de rechtbank geen systematische tekortkomingen aannemelijk.
Verweerder mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Spanje het verzoek conform internationale verdragen zal behandelen en geen refoulement zal plegen. De vrees voor represailles was onvoldoende onderbouwd en de bescherming kon via Spaanse autoriteiten worden gezocht.
De rechtbank concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die verweerder verplichtten de behandeling aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.