ECLI:NL:RBDHA:2018:11548

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 augustus 2018
Publicatiedatum
26 september 2018
Zaaknummer
NL18.15005
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EU) nr. 604/2013VluchtelingenverdragEuropees Verdrag voor de Rechten van de Mens
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen

Eiser diende een asielaanvraag in die door verweerder niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Spanje als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. Eiser stelde dat Spanje door een toegenomen instroom van asielzoekers en vermeende tekortkomingen in de asielprocedure niet adequaat zou zijn, en vreesde represailles van zijn reisagent.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is, mede omdat eiser met een Spaans visum via Turkije naar Spanje was gereisd en Spanje had ingestemd met de overname. De door eiser aangevoerde bezwaren, waaronder het rapport van Human Rights Watch, maakten volgens de rechtbank geen systematische tekortkomingen aannemelijk.

Verweerder mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Spanje het verzoek conform internationale verdragen zal behandelen en geen refoulement zal plegen. De vrees voor represailles was onvoldoende onderbouwd en de bescherming kon via Spaanse autoriteiten worden gezocht.

De rechtbank concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die verweerder verplichtten de behandeling aan zich te trekken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL18.15005
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Drenth),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. van Raak).

Procesverloop

Bij besluit van 13 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft eiser een voorlopige voorziening gevraagd ter voorkoming van overdracht aan Spanje hangende zijn beroep (NL18.15006).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL18.15006, plaatsgevonden op 30 augustus 2018. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen en besloten eiser over te dragen aan Spanje op grond van de Dublinverordening [1] . Vaststaat dat eiser met gebruikmaking van een Spaans visum vanuit Turkije naar Spanje is gereisd. Spanje heeft ingestemd met de overname van eiser. Verweerder heeft daarom terecht vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek van eiser.
2. Verweerder heeft terecht geoordeeld dat de door eiser, met verwijzing naar het rapport van Human Rights Watch [2] , gestelde toegenomen instroom van asielzoekers in Spanje als zodanig niet aannemelijk maakt dat sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of opvangvoorzieningen aldaar.
3. Verweerder heeft verder in het bestreden besluit gemotiveerd uiteengezet dat er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit mag worden gegaan de Spanje het asielverzoek van eiser zal behandelen met inachtneming van het Vluchtelingenverdrag en het EVRM en dat Spanje zich niet schuldig zal maken aan réfoulement.
4. Anders dan eiser – zonder enige onderbouwing – in beroep stelt, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat Spanje zich niet zal houden aan zijn internationale verplichtingen jegens eiser. Voor zover eiser stelt te vrezen voor represailles van zijn reisagent, heeft verweerder terecht overwogen dat eiser hiertegen de bescherming kan zoeken van de Spaanse autoriteiten. Eiser heeft in reactie hierop slechts ongemotiveerd gesteld dat de Spaanse autoriteiten niet adequaat hebben opgetreden.
5. Dat eiser zoals hij zegt niet de intentie had om in Spanje asiel te vragen is niet relevant bij het beoordelen van de verantwoordelijke lidstaat.
6. Er is dan ook niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan verweerder redelijkerwijs gehouden is om de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 30 augustus 2018.
Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013
2.World Report 2018, European Union, Spain