ECLI:NL:RBDHA:2018:11744
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstel van vertrek wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiseres, een Ethiopische vreemdeling, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat eiseres ondanks depressieve klachten in staat is te reizen en dat er geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is bij terugkeer.
Eiseres betoogde dat verweerder onvoldoende bijzondere omstandigheden had meegewogen, waaronder haar gezinssituatie, en dat het begrip 'medische noodsituatie' verkeerd was geïnterpreteerd. Tevens stelde zij dat het BMA-advies niet zorgvuldig was omdat zij niet persoonlijk was onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was en dat het ontbreken van een persoonlijk onderzoek geen onzorgvuldigheid oplevert. De rechtbank volgde de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), met name het arrest Paposhvili, en concludeerde dat geen medische noodsituatie of andere uitzonderlijke omstandigheden aanwezig waren die uitstel van vertrek rechtvaardigen.
Ook zag de rechtbank geen reden om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de reikwijdte van het begrip 'medische noodsituatie'. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.