ECLI:NL:RBDHA:2018:11833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing faciliterend visum wegens onvoldoende beoordeling afhankelijkheidsverhouding
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende man, vroeg een faciliterend visum aan om verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez, omdat hij een Nederlandse partner en een pasgeboren zoontje met de Nederlandse nationaliteit heeft.
Verweerder wees de visumaanvragen af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij juridisch of biologisch vader van het kind is en omdat verweerder de afhankelijkheidsverhouding tussen eiser en het kind niet heeft beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat het aan eiser is om het vaderschap aannemelijk te maken, maar dat verweerder ten onrechte heeft volstaan met het ontbreken daarvan om het verblijfsrecht te weigeren.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, waarin het criterium voor afgeleid verblijfsrecht is of er een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat het kind de EU moet verlaten als het verblijfsrecht wordt ontzegd, ongeacht juridisch of biologisch ouderschap.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen waarin de afhankelijkheidsverhouding wordt beoordeeld. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van het faciliterend visum wordt vernietigd en verweerder moet de afhankelijkheidsverhouding opnieuw beoordelen.