ECLI:NL:RBDHA:2018:11868
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser, een Eritrese nationaliteit, diende op 30 januari 2017 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Deze aanvraag werd op 17 juli 2017 afgewezen door verweerder, waarna het bezwaar tegen deze beslissing eveneens ongegrond werd verklaard.
Eiser stelde op 14 augustus 2018 beroep in tegen het bestreden besluit, maar vermeldde geen gronden in het beroepschrift, hetgeen verplicht is volgens artikel 6:5 Awb Pro. De rechtbank wees eiser hierop bij brief van 16 augustus 2018 en bood hem de mogelijkheid om binnen vier weken alsnog de gronden aan te geven.
Eiser vroeg op 13 september 2018, één dag voor het verstrijken van de termijn, om een extra termijn van vier weken, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het niet tijdig was en geen uitzonderlijke omstandigheden waren aangetoond. Gezien het ontbreken van beroepsgronden en het niet benutten van de herstelmogelijkheid verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, zonder inhoudelijke beoordeling van het geschil.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig indienen van een uitstelverzoek.