Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2018 in de zaak tussen
[naam] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
€ 501 en een wegingsfactor 1).
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Syrische vrouw woonachtig in Damascus, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De zoon, referent, heeft sinds 2016 een asielvergunning en diende de aanvraag in. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende documenten overlegd zou hebben en er geen sprake zou zijn van meer dan normale emotionele banden tussen hen, mede vanwege het jongvolwassenenbeleid.
Eiseres stelde dat zij sinds 2007 weduwe is en haar zoon als enig kind altijd voor haar heeft gezorgd, mede vanwege haar ernstige gezondheidsproblemen. Zij betoogde dat er wel degelijk sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en dat de staatssecretaris een te strikte toets hanteerde. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de emotionele afhankelijkheid en de feitelijke situatie, waaronder het langdurige samenwonen en de zorgrelatie.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond was verklaard en dat de staatssecretaris had moeten overgaan tot een hoorzitting. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.