ECLI:NL:RBDHA:2018:11885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing optieverklaring Nederlanderschap wegens niet-erkende familierechtelijke betrekkingen
Eisers hebben bij de Nederlandse ambassade in de Dominicaanse Republiek optieverklaringen afgelegd om het Nederlanderschap te verkrijgen. Verweerder weigerde deze te bevestigen omdat niet was voldaan aan de wettelijke voorwaarden, met name dat de vader en moeder van eisers niet gehuwd waren en erkenningen niet prenataal hadden plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat de erkenning van de familierechtelijke betrekkingen in de buitenlandse geboorteakten niet in Nederland kan worden erkend. Er is geen behoorlijk onderzoek verricht en de erkenningen zijn onverenigbaar met de Nederlandse openbare orde, omdat sprake is van een situatie met twee ouders, wat nietig is volgens het Burgerlijk Wetboek.
Eisers stelden dat bezit van staat en gewoonterecht de afstamming bevestigen, maar de rechtbank wijst dit af en benadrukt dat bezit van staat alleen door de civiele rechter kan worden vastgesteld. Ook is onvoldoende aangetoond dat de vader van [eiser 1] haar biologische vader is, wat vereist is bij latere erkenning.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €1002,-. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 4 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bevestiging van de optieverklaringen wordt ongegrond verklaard.