Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[gedaagde sub 1] te [plaats] ,
[gedaagde sub 2]te [plaats] ,
[gedaagde sub 3]te [plaats] ,
[gedaagde sub 4]te [plaats] ,
Rechtbank Den Haag
Vestia verhuurt sinds 1999 een woning aan gedaagde sub 1, waarin ook haar familieleden verblijven. Na herhaald ongeoorloofd gebruik van gemeenschappelijke ruimtes en een incident op 9 juli 2018 waarbij medewerkers van Vestia werden bedreigd en mishandeld door gedaagde sub 1 en haar familieleden, vordert Vestia in kort geding ontruiming van de woning en een gebiedsverbod voor de familieleden.
De voorzieningenrechter overweegt dat de gedragingen van gedaagde sub 1 en haar familieleden een ernstige tekortkoming vormen in de nakoming van de huurovereenkomst. De huurder is aansprakelijk voor het gedrag van personen die met haar goedvinden het gehuurde gebruiken. De verklaringen van medewerkers en een onafhankelijke getuige ondersteunen de stellingen van Vestia over bedreigingen en geweld.
Hoewel gedaagden stellen dat de medewerkers van Vestia onprofessioneel handelden en zij zich slechts verdedigden, acht de voorzieningenrechter dit niet aannemelijk. De huurder heeft actief bijgedragen aan het incident. Gezien de ernst van de situatie is het gerechtvaardigd om in kort geding vooruit te lopen op ontbinding van de huurovereenkomst.
Het gebiedsverbod voor de familieleden wordt afgewezen omdat Vestia verklaart dat dit niet meer relevant is indien de woning wordt ontruimd. De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde sub 1 tot ontruiming binnen één maand en draagt partijen hun eigen kosten.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en op 9 oktober 2018 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van de woning binnen één maand en wijst het gebiedsverbod af.