Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam stichting],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De huurder van een woning in een gerenoveerd flatgebouw heeft op 7 oktober 2013 een medewerker van de verhuurder fysiek aangepakt nadat hij de sleutel van zijn woning wilde ontvangen. Dit leidde tot een aangifte wegens mishandeling. Daarnaast heeft de huurder op 4 november 2013 bedreigende uitlatingen gedaan richting medewerkers van het aannemersbedrijf.
De verhuurder startte een ontruimingsprocedure, maar de kantonrechter wees de vordering af. In hoger beroep oordeelt het hof dat het incident van 7 oktober 2013 van ernstige aard is, waarbij de huurder met fors geweld heeft geduwd en bedreigingen heeft geuit. Dit maakt het aannemelijk dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden uitgesproken.
Het hof benadrukt dat een verhuurder erop moet kunnen vertrouwen dat zijn personeel geen geweld of bedreigingen ondervindt, omdat anders de dienstverlening aan huurders in gevaar komt. De excuses van de huurder na het incident kunnen de ernst niet wegnemen, zeker gezien de latere bedreigingen.
De gevolgen van ontruiming voor de huurder, waaronder de mogelijke impact op omgang met zijn dochter en financiële gevolgen, wegen niet op tegen de ernst van het gedrag. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en beveelt binnen veertien dagen ontruiming van de woning, met veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hof beveelt ontruiming van de woning binnen veertien dagen vanwege ernstig geweld en bedreigingen door de huurder.