ECLI:NL:RBDHA:2018:12104
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens bescherming in Bulgarije bevestigd
Eiser vroeg asiel aan in Nederland, maar zijn aanvraag werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000, omdat hij internationale bescherming zou genieten in Bulgarije sinds 2014.
Eiser betwistte dit en stelde dat hij Bulgarije lang geleden had verlaten en dat uit Eurodac-gegevens niet bleek voor welke periode hij bescherming genoot. Hij voerde aan dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn verblijfsrechtelijke positie in Bulgarije en dat de situatie voor statushouders daar slecht is.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid omdat verweerder geen nader onderzoek had gedaan naar de actuele verblijfsstatus, wat in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht. Na aanvullend contact met Bulgaarse autoriteiten bleek dat eiser nog steeds bescherming geniet en teruggenomen kan worden.
De rechtbank volgde de jurisprudentie dat erkenning als vluchteling in een lidstaat voldoende is voor niet-ontvankelijkheid en verwierp het betoog over de slechte situatie in Bulgarije. De rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand, maar verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.