Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
ProcesverloopEisers hebben beroep ingesteld tegen de twee afzonderlijke besluiten van verweerder van3 september 2018 (de bestreden besluiten).
Overwegingen
In 2017 hebben eisers achtereenvolgens asiel gevraagd in Duitsland en Nederland en zij zijn uiteindelijk op 30 januari 2018 teruggekeerd naar Wit-Rusland.
Op 8 of 9 april 2018 zijn er drie mannen naar het huis van eisers gekomen. Eisers kregen te horen dat ze moesten meewerken aan internationale sigarettensmokkel om zo de schuld van de broer van eiseres af te betalen. Eiser is daarna in het trappenhuis in elkaar geslagen door twee andere mannen. Eisers hebben één keer sigaretten gesmokkeld naar Zwitserland. Op 19 mei 2018 zouden zij dit opnieuw moeten doen, maar in plaats daarvan hebben zij op die dag Wit-Rusland verlaten en zijn zij naar Nederland gereisd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Verder heeft verweerder terecht opgemerkt dat niet valt in te zien dat eisers in januari 2018 weer in dezelfde plaats in Wit-Rusland zijn gaan wonen en daar ook een paspoort en een visum hebben aangevraagd. Nu eisers verder zeer summiere verklaringen hebben afgelegd over de mishandeling van eiser in het trappenhuis, heeft verweerder ook de gebeurtenissen op 8 of 9 april 2018 niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden.
Eisers hebben in beroep verwezen naar een aantal websites aan de hand waarvan zij rechercheur [naam 3] hebben herkend als één van de mannen die op 8 of 9 april 2018 naar hun huis zijn gekomen. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen, nu uit deze informatie niet blijkt dat het daadwerkelijk rechercheur [naam 3] was die bij eisers voor de deur stond.