ECLI:NL:RBDHA:2018:12155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Servisch gezin wegens medische redenen
Een Servisch gezin verblijft sinds 2010 in Nederland zonder geldige verblijfstitel. Na meerdere afgewezen asielaanvragen en een geweigerde aanvraag voor uitstel van vertrek om medische redenen, verzochten zij om een voorlopige voorziening tegen hun uitzetting.
De rechtbank beoordeelde het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat stelde dat de noodzakelijke medische behandeling voor verzoekster beschikbaar is in Servië en dat uitzetting geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. Verzoekster slaagde er niet in aan te tonen dat de zorg in Servië voor haar ontoegankelijk zou zijn.
Ook de belangen van de minderjarige kinderen konden het besluit tot uitzetting niet verhinderen, mede omdat het gezin nooit een verblijfstitel heeft gehad en de ouders geen medewerking aan vertrek verleenden. De rechtbank concludeerde dat het belang van het voorkomen van ongewenste immigratie zwaarder weegt.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af en bevestigde dat het bestreden besluit waarschijnlijk in beroep stand zal houden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting van het gezin wordt afgewezen.