ECLI:NL:RBDHA:2018:12173
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs gezinsband en identiteit
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis te weigeren.
De staatssecretaris stelde dat eisers hun identiteit en de gestelde gezinsband met de referente, die zij als pleegouder aanduiden, niet aannemelijk hadden gemaakt. De rechtbank volgde dit standpunt omdat eisers geen authentieke officiële documenten overlegden en de overgelegde kopieën van kerkelijke aktes onvoldoende bewijs vormden.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat uit verklaringen van de referente bleek dat zij niet als pleegouder had gefungeerd, aangezien eisers na het overlijden van hun ouders bij andere families woonden en de werkzaamheden van de referente geen pleegouderschap aantonen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De rechtbank wees tevens op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van gezinsband en identiteit.