ECLI:NL:RBDHA:2018:12330
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen wegens internationale bescherming in Griekenland
Eisers, een Syrisch echtpaar en hun zoon, vroegen asiel aan in Nederland nadat zij via Griekenland waren gereisd. De staatssecretaris verklaarde hun aanvragen niet-ontvankelijk op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat zij al een vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning in Griekenland hebben.
Eisers voerden aan dat de opvang en medische zorg in Griekenland onvoldoende was en dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de algemene jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het vertrouwensbeginsel bevestigt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij persoonlijk niet adequaat behandeld zouden worden.
Ook medische argumenten werden onderzocht, maar de rechtbank concludeerde dat er geen urgente medische noodzaak was die verblijf in Nederland rechtvaardigde. Eisers verzochten om prejudiciële vragen over de Kwalificatierichtlijn aan het Hof van Justitie, maar de rechtbank zag hiervoor geen aanleiding.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de asielaanvragen niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De asielaanvragen worden niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen worden ongegrond verklaard omdat eisers reeds internationale bescherming genieten in Griekenland.