ECLI:NL:RBDHA:2018:12418
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning geldelijke tegemoetkoming wegens onttrekking auto aan het verkeer na vrijspraak heling
Verzoeker werd in 2015 vrijgesproken van heling van een Mercedes E350 CDI, maar de auto werd onttrokken aan het verkeer vanwege gestolen onderdelen. De rechtbank verwees aanvankelijk naar het burgerlijk recht voor compensatie, maar de Hoge Raad oordeelde dat de afwijzing onvoldoende gemotiveerd was en verwees de zaak terug.
In tweede instantie beoordeelde de rechtbank of verzoeker onevenredig werd getroffen door de onttrekking en stelde vast dat de waarde van de auto op het moment van inbeslagname ongeveer €38.350 bedroeg. Hoewel verzoeker een hogere waarde claimde, was dit onvoldoende onderbouwd en strookte zijn verklaring niet met eerdere verklaringen en die van een medeverdachte.
De rechtbank overwoog dat een geldelijke tegemoetkoming niet gelijkstaat aan volledige schadevergoeding, maar moet voorkomen dat verzoeker onevenredig wordt getroffen. Gezien de omstandigheden kende de rechtbank een tegemoetkoming toe van €38.350, waarmee verzoeker niet langer onevenredig wordt benadeeld door de onttrekking van zijn auto.
Uitkomst: De rechtbank wijst een geldelijke tegemoetkoming van €38.350 toe om verzoeker niet onevenredig te treffen door de onttrekking van zijn auto aan het verkeer.