Uitspraak
Rechtbank den haag
- [belanghebbende]de onder curatele gestelde (hierna ook de curandus) en
- [belanghebbende], de vader van de curandus.
Rechtbank Den Haag
De verzoeker, curator in een curatelezaak, heeft meerdere malen aangegeven zijn taak te willen neerleggen en diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die toezicht hield op de curatele. Het verzoek was gebaseerd op het gebrek aan reactie op zijn brieven en het ontbreken van informatie over sanctiemogelijkheden jegens de curandus.
Tijdens de zitting gaf verzoeker aan geen persoonlijke animositeit tegen de kantonrechter te hebben en erkende dat het wrakingsverzoek zuiver procedureel was, ingegeven door het gevoel dat zijn brieven niet werden beantwoord. De kantonrechter stelde dat het wrakingsmiddel niet bedoeld is voor het oplossen van inhoudelijke problemen binnen de curateleprocedure.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen geobjectiveerde aanwijzingen voor partijdigheid waren en dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk was. Het verzoek werd afgewezen en de hoofdzaak werd voortgezet zoals die stond bij indiening van het wrakingsverzoek. De beslissing werd mondeling uitgesproken op 1 oktober 2018 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van geobjectiveerde gronden voor wraking.